The other day I was a bee

Greetings Odile!10838235_354717801400101_7868697716197575030_o

The other day I was a bee. I zoomed from table to table, collecting quotes at a SOTA meeting. SOTA? That is short for State Of The Arts. Why I was there? Because I’m a Handler, Odile. As soon as I found the invite, I put on my most colourful dress, lent some of my honey’s perfume, put some flowers in my hair and said: Here I come!

There were so many people, Odile. You first had to go through the already very crowded children’s corner before accessing the real conference. Our boss, from the theatre with the name I cannot pronounce in English, was there. Artists Eleanor Bauer and Kate Mcintosh and Adva Zakai were there. And many more artists and organisers and thinkers were there, to discuss the state of the arts and spend an outrageously sunny Sunday afternoon inside the Munt.

Everybody speaks English there, Odile. I felt so important, flying from table to table. Even if I actually didn’t say a word. I’m not an artist after all. I don’t even work in the arts. I am but a trainee.

I was so impressed. Not only by the words. But also by the ideas. They come from books we should absolutely read like De Actuele Landschapstekening van het Kunstenpunt or De Waarde Van Cultuur or Anderhalf Jaar Later: De Aannames Van Halbe Zijlstra or Publieke Middelen Voor De Kunstensector or some books that have not even been published yet. Many of these books are written by people who were actually there, like Petra Vanbrabant and Robrecht Vanderbeeken and Rudi Laermans and Marianne Versteegh. They lectured in between the discussions and they do that very well. Eloquently, I should say. I learned that yesterday. No hesitations in their speeches, in contrast to the stammering discussions of the artists.

Why was it in English? That is a good question, Odile. Here is something we can learn for the Handlers. Because, even when most people in the room speak Dutch in everyday life, sometimes with a French or a German accent, it seemed so evident that we all used English to express ourselves. You know that English is known as nobody’s language and therefore can be used by anybody? I heard that in a lecture – in English – by another Flemish philosopher in a Brussels cinema around the corner of the Munt, just one week earlier. Wouldn’t it be a good idea to continue the remainder of our traineeship in English? To do it in nobody’s language in order to reach everybody? To (un)speak?

That is what artists do in Brussels. They meet, discuss, make plans, and they do it in English. They talk about diversity. About society. About money. About equal pay. About private and public. About the grip of the industry on the arts. About different economies and different art forms. About artists and institutions. About labs. And about language. This, in a nutshell, is the what, the how and the why of SOTA: to meet and discuss and make recommendations for policy makers to change something to the precarious situation of many artists.

I don’t think the people gathered here would call themselves Handlers, like we do. They don’t like the word entrepreneur either. Too much linked to the idea of a creative industry where art has to be managed to be successful. They don’t even necessarily like success: failure is good too. They find that interesting. Wouldn’t that be something we should explain to our mentors for the final evaluation of our traineeship?

What I found really interesting was the idea of a fair trade label for artists. Don’t you like that, Odile? Like with the chocolate and the coffee we usually buy at our favourite Wereldwinkel from farmers in Africa or South-America with fair wages. Or unlike the cheap clothes we don’t buy at H&M, fruits of child labour in Asian sweatshops. To be honest: I don’t think we will get a fair trade label for the work we do and the few free tickets we get in return. But we are trainees after all. And we also want to make the world a better place, with or without equal pay. We want to change it for equal pay. Just like all the unpaid volunteers who made this day possible.

Oh yes, Odile. The day ended with the song we heard on the stairs of the theatre with the name I cannot pronounce in English. Remember? The Alex Song? On Tina, Alex and Lisa? That was the end of my day as a bee.

So, how do you find my English, Odile? You think I would be a good artist?

Goodbye Odile!

Kiss,

Odile

Advertenties

Soms weet je het ook niet meer

Last days of-staand A1Dag Odile,

Soms weet je het ook niet meer. Dan ga je een koffie drinken: een moment van rust, een insert, in je hectische leven als stagiair.

Die koffies zijn deel van je systeem. Zoals de inserts. Ze helpen de zaken open te gooien. Het verruimt je horizon, ook al beperkt je stage zich tot een heel klein stukje Brussel, in en rond de Beursschouwburg.

En dan kijk je wat naar de mensen rond je. Je wacht tot er iets gebeurt. Je rekent erop dat iemand ooit reageert op je inserts. Je hebt geduld.

En als je het echt niet meer weet, als je geduld dreigt op te raken, dan zoek je naar inserts van anderen. Zoals die graffiti op de trappen van de Beurs. Of dat bordje aan je fiets tijdens de staking. Of toen, op het terras van de Suisse, met die vreemde sticker aan de muur.

LAST DAYS OF stond op die sticker. Zonder meer. Je vraagt je af wat dat betekent. Of wat het kan betekenen. Want meer dan in de eigenlijke betekenis van de sticker, gaat je interesse naar de manier waarop die sticker werkt. Het wat, het hoe, het waarom van die sticker: dat is wat je interesseert.

Ik dacht aan een party, zoals bij Ten days of, het technofestival in Gent. Jij dacht aan een sekte, die wijst op de eindigheid van de dingen. Het kan een ecologische boodschap zijn. Of een politieke. Of een commerciële: laatste dagen

Je maakt een foto van de sticker en drukt hem af als een poster. Één poster laat je achter bij Ann, die meubels restaureert in Cabinet. Een andere bij Fred, de kapper van CutMe. Instructies geef je er niet bij. Dat is je filosofie: jij maakt de inserts en de ontvanger doet ermee wat ie wil.

Enkele dagen later zie je de poster in Cabinet hangen naast de deur. Ann kleeft er alle briefjes op die ze gebruikt wanneer ze even de deur uit moet: retour en 30’, je suis en face,… Die briefjes. Dat is wel handig, denk je. Zo is Ann. Vrouw van uitgestelde antwoorden.

Fred hangt de poster in zijn salon. Hij legt er een groene stift bij en vraagt zijn klanten om het beeld aan te vullen. Iemand zoekt naar de mogelijke betekenis van de zin. Een ander werkt verder op de graffiti. De ene doet het met woorden, de ander met beelden. Het resultaat is een kakofonie van mogelijke antwoorden. Een meerstemmigheid van mogelijke werelden. Een panoplie voor de laatste dagen: eindes die ook een begin kunnen zijn.

Wat leer je daarvan, Odile? Dat de dingen een eigen leven leiden? Dat je tevreden moet zijn met wat je krijgt? Dat je beter niet te veel verwacht? Of net wel? Dat jouw verwachtingen even veel waard zijn als die van een ander? Dat verbeelding geen grenzen kent? Dat je verhaal nog lang niet is afgelopen?

Wanneer gaan we nog eens een koffie drinken, Odile?

Dag Odile!

Kus,

Odile

IMG_0440P1060537IMG_0451

Een andere wereld

Dag Odile,Grace November 11_4_0

Een andere wereld is mogelijk. De slogan van de andersglobalisten gaat straks vijftien jaar mee. Maar over welke wereld hebben ze het dan? Hoe anders is die? En hoe mogelijk?

Zou jij graag in een andere wereld leven, Odile? Of denk je dat we het moeten doen met die ene wereld die we hebben? Er zijn niet zoveel mogelijke werelden. Wat de Grote Filosoof Leibniz, vereeuwigd (en belachelijk gemaakt) door de Grote Schrijver Voltaire, daar ook van mag beweren. Ik denk, Odile, dat we gewoon zuinig moeten zijn met de wereld die we hebben. We moeten er goed voor zorgen.

Want eigenlijk, Odile, verandert de wereld voortdurend. Het is niet zo moeilijk de wereld te veranderen. De wereld verandert vanzelf. Het enige dat we kunnen doen is die verandering in een bepaalde richting sturen. Als Handelaars.

Politici doen het. Kapitalisten doen het. Terroristen doen het. Lobbyisten, activisten: zij doen het. Kunstenaars doen het. Dat zijn allemaal Handelaars, Odile: wereldbewoners, burgers.

We beschikken allemaal over de mogelijkheid om de veranderende wereld in een andere richting te sturen. Dat wil die slogan van de andersglobalisten eigenlijk zeggen, maar het bekt niet zo goed.

In welke richting wil jij de verandering van de wereld sturen, Odile?

Dag Odile!

Kus,

Odile

Een selfie

Dag Odile,

IMG_1483 Een selfie. Zegt je dat iets, Odile? Natuurlijk wel. Het is zowat het meest gebruikte woord van het afgelopen jaar. En voor jou betekent het nog net iets meer.

Het betekent je bevestiging als stagiair, maar bovendien ook je erkenning als kunstenaar. Deze zomer maak je een zeer bijzondere selfie voor het Transformers programma van de Beursschouwburg. Zeer bijzonder, omdat het de eerste keer is tijdens je stage dat je een opdracht krijgt als kunstenaar. Nog meer bijzonder omdat je de selfie ziet hangen, als een grote poster, op de gevel van de Beursschouwburg, nog voor het Transformers programma begint. En wat die selfie van in het begin bijzonder maakt, is de vraag om er een masker voor op te zetten. Hoe meer (on)persoonlijk kan een selfie zijn?

Voor je selfie zet je dat masker op ongeveer elk lichaamsdeel dat daarvoor kan dienen. Die op je oor haalt het uiteindelijk. Dat mag allemaal na je promotie van stagiair tot kunstenaar. Je oor als selfie. Alsof je eerst wil luisteren vooraleer je ergens je neus insteekt (en die neus steek je uiteindelijk ook in dat masker, wat had je gedacht?).

Wat leer je daarvan, Odile? Dat een selfie wel zeer anoniem kan worden. Je reduceert je zelf tot iets wat je wil dat de ander ziet. In jouw geval is dat je oor. Je wordt anders om je zelf te tonen. Jouw masker is zoals andermans make-up. Je leert goed na te denken vooraleer je een beeld van je zelf de wereld instuurt.

De andere stagiairs lachen met je selfie. Maar voor jou is dit bloedernstige materie. Ze zingen: ik ben zo blij / zo blij / dat mijn neus van voren zit / en niet opzij. Ze spotten, maar eigenlijk zijn ze jaloers. Dat jij gekozen bent als kunstenaar en niet zij. Ze maken er een carnaval van.

Over carnaval gesproken. Het is weer die tijd van het jaar waarin frustraties verpakt worden als spot. De tijd waarin maskers vallen en andere in de plaats komen. De tijd van de breindodende liedjes die iedereen kan zingen zonder na te denken. Ik ben zo blij / zo blij…

Voor jou, Odile, ligt het anders. Je bent niet enkel een leergierig stagiair die in elke kans een lesje vindt. Je bent intelligent en denkt bij elke Handeling over het wat, hoe en waarom. En bovendien ben je nu ook een kunstenaar wiens werk een plaats verdient in een traditie van maatschappelijk verantwoord werk. Je denkt aan recente protesten waarin het masker (Guy Fawkes), de gedeelde identiteit (Anonymous) en het opgaan in de massa (de 99%) een grote rol spelen.

Welk masker draag je vandaag, Odile?

Dag Odile!

Kus,

 

Odile

 

Je suis Charlie

Dag Odile,

IMG_1702Je suis Charlie. Weet je het nog, Odile? Na de aanslag op Charlie Hebdo, was iedereen Charlie. En elke keer weer iemand zei, Je suis Charlie, voelde ik me persoonlijk aangesproken. We zijn allemaal geraakt door die aanslag. En we komen allemaal op straat om de doden te herdenken. En meer nog: om ze te doen leven, meer nog dan voorheen. Zij blijven allemaal een beetje leven terwijl wij allemaal een beetje sterven.

Dat vreemde gevoel van de gedeelde identiteit, Odile, dat ken je natuurlijk al langer. Jij weet hoe fijn het is om Odile te zijn. Hoe makkelijk ook. Al wat je moet doen is zeggen: Ik ben Odile. En dan voel ik mij als twee hondjes die gezellig samen spelen. Je voelt je samen sterker dan alleen. En toch ben je maar Odile.

Maar toen waren we Charlie. Je suis Charlie was de magische formule van de dag. De formule die de vermoorde redacteurs weer tot leven moest brengen. De formule die ons hielp een beetje te sterven en hen nog een beetje te leven.

Had jij ook dat gevoel een beetje te sterven toen ik je voor het eerst Odile noemde? Had jij ook het gevoel dat je een stukje van jezelf verloor? Of voelde jij je eerder sterker worden? Was het een kwestie van jezelf verliezen in de ander om er versterkt weer uit te komen?

Ik krijg er elke keer weer koude rillingen, elke keer iemand zegt: Je suis Charlie. Ik voel me elke keer persoonlijk aangesproken. En elke keer roep ik zachtjes: Ik ook! Ik heb het opnieuw als ik die ochtend door de krant blader en iemand schrijft: Ik ben Ahmed. Weer dat stemmetje: Ik ook! Ahmed is de vermoorde agent op het trottoir voor het kantoor van Charlie. Hij is de moslim die erover moest waken dat Charlie cartoons kon blijven maken om moslims belachelijk te maken. Ook daar kreeg ik het koud van: Ik ook!

Denk je soms na over de dood, Odile? Die gasten van Charlie Hebdo waarschijnlijk wel. Met al die politie voor de deur. Of met Charb die al maanden nergens naartoe ging zonder een agent aan zijn zij. Kan je je dat voorstellen? En wat zei Charb? Ik heb geen vrouw en geen kinderen. Ik sterf liever rechtop dan op de knieën te gaan zitten voor fundamentalisten. Die redacteurs dachten wel degelijk aan de dood. Maar ze bleven er niet echt bij stilstaan. Wij mogen ons daar niet door laten doen. De dood hoort bij het leven, hoe je het ook draait of keert.

Wat moeten we dan wel doen? Verder werken, zoals bij Charlie Hebdo. Doen wat we altijd doen. Meer dan ooit.

En ondertussen zijn we allemaal Charlie. Iedereen is Charlie. Van extreem links tot extreem rechts. Is dat geen probleem, Odile? Zorgt die inflatie van Charlies niet voor n’importe quoi? Jan Jambon en Bart De Wever vinden er de bevestiging in van hun repressief beleid. Er is geen alternatief! Anderen vinden er de bevestiging voor de uitwassen van het streng neoliberaal beleid. Er is wel een alternatief! Sociale armoede, racisme en individualisme de kop indrukken door samenhorigheid. Hoever kunnen we ons daarin laten gaan? Waar ligt de grens tussen opportunisme en solidariteit?

Je inleven in de ander is de hoogste vorm van verbeelding. Heb ik ooit ergens gelezen. Wanneer staat iemand op die zegt Je suis Kouachi of Je suis Coulibaly? Of is dat al gebeurd? Wie ben jij, Odile?

Dag Odile!

Kus,

Odile

Tina, Alex en Lisa

insert_boekje02_def02

Dag Odile,

Tina, Alex en Lisa. Waar denk jij aan als je dat lied hoort op de trappen van de Beursschouwburg? Denk je aan het lied of aan die trappen? Aan de tekst of aan wat het betekent voor de stad?

Je denkt aan de insert die je maakt voor het programmaboekje van de Beursschouwburg en waarvoor je een foto gebruikt van die trappen. Je denkt aan de tags op die trappen: geheime boodschappen, achtergelaten door anonieme gebruikers. Je denkt aan de mensen die je er zo dikwijls ziet zitten: te rusten, te drinken, te babbelen.

Of te zingen dus. Zoals vorige vrijdag om 17u: het tweeëntwintigste uur van het vijftig uur durende verjaardagsfeestje van de Beurs. Bijna halfweg. Die trappen zijn een platform, een medium, voor zeer diverse boodschappen.

Op de foto van de trappen voor je insert staat een zinnetje dat je ooit zag in een kunstenaarsvideo: insert commercial here. Je houdt van dat idee van de insert. Het is zowat je belangrijkste instrument tijdens je stage. Het laat je toe boodschappen achter te laten. Om ideeën in te voegen tussen andere. Een beetje geheim, een beetje anoniem. En met wat geluk krijg je langs daar een boodschap terug. Of langs ergens anders.

Commercial klinkt een beetje raar natuurlijk. Je handelingen zijn nooit echt commercieel. Je vertaalt het liever als publiciteit, reclame: je publiceert je aanwezigheid en reclameert de aandacht. Commercieel is ook precies waar dat lied van Tina, Alex en Lisa tegenin gaat.

Ik dacht tijdens het lied aan die keer dat ik je zag rijden met dat bordje aan je fiets: er is wel een alternatief. Daarover gaat dat lied dat klinkt als een alarmbel: er is wel een alternatief voor Tina,

Heading for a cold world,
Where it’s everyone for themselves,
Where everything has to comply
To economic growth

Tina staat voor There Is No Alternative. Dat weet je wel. Maar waar staat Alex voor? Voor ALternatives EXist. Voor a warmer place. Niet voor heartless profits en economic profit, maar wel voor creative growth, cultural growth, educational growth. En Lisa? Voor Let’s Invent Something Alltogether.

Net als toen met je bordje krijg ik het hier een beetje warmer van. Maar het laat me toch ook weer achter met een groot vraagteken. Of een vaag-teken misschien. Dat woordje alternatief, in rode inkt op je bordje, dat uitloopt door de regen, is even symbolisch als het grote vraagteken op het einde van dit lied: What are we fighting for?

Is dat een probleem? Niet echt. Maar ooit zal je het toch concreet moeten maken. Om het daarna weer in vraag te stellen. Dan komt die vaagheid goed van pas. Dat vraagteken dat soms iets wegheeft van een uitroepteken.

Of niet?

Dag Odile!

Kus,

OdileP1060646

Er is wel een alternatief

Dag Odile,IMG_1653

Er is wel een alternatief, staat op het bordje waarmee je in december langs de stakingspiketten fietst. Een duidelijk antwoord op de TINA-doctrine van de Nieuwe Neoliberale Regering. TINA staat voor There Is No Alternative. De slogan gaat terug naar het Groot-Brittannië van de vroege jaren tachtig, waarin Margaret Thatcher een hard conservatief beleid voert tegen de stakende mijnwerkers. Hij wordt vandaag opnieuw vanonder het stof gehaald door Bart De Wever. Nogal schaamteloos eigenlijk. Want hebben we intussen niet begrepen dat die harde neoliberale politiek van Thatcher (en Reagan aan de andere kant van de oceaan) net verantwoordelijk was voor zowat alles wat is fout gelopen sindsdien? Van geprivatiseerde treinen die winst belangrijker vinden dan service tot banken die te groot zijn om te falen.

Niet dus. Alsof er niets aan de hand is, pakt De Wever opnieuw uit met TINA.

Maar wat is dan het alternatief? Hoe duidelijk is dat antwoord op TINA? Ik begrijp dat het over principes gaat als solidariteit, onderwijs, cultuur: in plaats van daarin te knippen, kan je er beter in investeren. Het gaat over ecologische principes: zorg voor het milieu dat we delen. Die principes zijn de inzet, als het cement van de samenleving. Ze gaan in tegen het individualisme en willen de samenleving weer deelbaar maken.

Maar is dat niet nogal vaag, Odile? Kan het wat concreter? Kan je iets duidelijker zijn?

Het inschrijvingsgeld aan de universiteiten en hogescholen niet verhogen? Daar kan ik je in volgen. Investeren in openbaar vervoer, liever dan in bedrijfswagens? Ook dat kan overtuigen. Een basisinkomen voor de armsten en een vermogensbelasting voor de rijksten? Ook. Maar ga je dan het geld vinden dat nog nodig is voor cultuur? Het blijft nog altijd een beetje vaag.

En dan zeg jij: wat is er mis met een vaag alternatief? En je hebt gelijk: beter een vaag alternatief dan helemaal géén alternatief. Er is nog werk aan, maar we weten tenminste al ongeveer waar te beginnen.

Ik zag je twee keer fietsen met hetzelfde bordje, Odile. Één keer tijdens de provinciale stakingsdag en nog eens tijdens de algemene staking. De tweede keer is je bordje wat anders. En zoals je weet, Odile, hou ik wel van verandering. De rode letters waarmee je alternatief schreef zijn wat vager. Uitgelopen door de regen? Of heb je ze opzettelijk vager gemaakt? Zo geef je ze wat meer ruimte. Was dat waar je aan dacht, Odile?

Dag Odile!

Kus,

Odile