What a situation!

Greetings Odile!P1060670

What a situation! Picture us standing there on the roof of Parking 58, finding our way with a map of the park of Versailles in our hands. Picture this large surface of concrete through which we have to stretch a path. Headphones on our ears, booklet in our hands. While there is so much to see and hear up there, high in the sky. A bit complicated for common Handlers – pardon: Trainees – as you and me.

To get lost is fun. That we know. The Situationists knew that too. The Doctor told me about them. She explained me that in the fifties and sixties, they searched for more structured and less complicated ways to get lost in the city. To use a map of London in order to find your way through Paris, for example. The difference was that the Situationists had an eye for the city in which they got lost. To get lost was part of the discovery. The Doctor taught me all that. But there is not so much to discover on a parking lot when you only have eyes for the booklet in your hands and ears for the headphones on your head.

Very serious rules are then becoming a little game. A number. A track.

Brussels Tracks is the name of – take a deep breath – An experimental and performative audio guide for the city of Brussels. It is a project by David Helbich. In an interview he talks about his inspiration from the Situationists. Or from Star Trek. Holodeck, please, one of the tracks in his guide, is quite beautiful in all its simplicity. All you have to do is stand at the balustrade of the parking, think that you are on the Holodeck of Star Trek, and look out over the city of Brussels while listening to the sounds of the city of Nablus. You hear chants, the echo of the mountains, pure poetry.

These moments are rather rare in Brussels Tracks. You spend more time finding your way through instructions from the booklet, sounds from the headphones and the interface of the MP3-player. We spent quite some time at City2 because none of us knew how to change the volume. Sweeping to the left or to the right. Very simple, but you have to know.

Here is a list of things, Odile, to remember for our final presentation:

– keep things simple

– do not cut your work in tracks, but present them as much as possible as a whole

– limit instructions to clear and simple rules

– give rules before you start so you can forget them once you start working

– use media only when strictly needed

– search for user friendly tools

– think about your environment: keep it as large as possible

– focus you attention on your environment and not on the instructions

– make participants feel comfortable, protect them, don’t put them on display, but allow them to look with you

– leave room to explore without determining in advance what is important

Ah, where is Ant Hampton when you need him, Odile?

Goodbye Odile!

Kiss,

Odile

 

Advertenties

Dokter?

Dokter?

– Van Patienten!

– Ik heb een probleem…

– Wat nu weer?!

– Gisteren gingen we naar een gesprek over Someone Else, het inspirerende werk van ons grote voorbeeld Ant Hampton. In de uitnodiging was sprake van een ronde tafel, zoals bij de ridders. Maar hier waren de aanwezigen allemaal kunstenaars. En de ronde tafel was eigenlijk de salon van één van de kunstenaars. Ik heb me zelden zo ongemakkelijk gevoeld.

– Je bedoelt natuurlijk (on)gemakkelijk, Van Patienten. Ik begin je een beetje te kennen. Jouw gemak is altijd al deel van je ongemak. Niet waar?

– Niet echt, Dokter. Deze keer was het helemaal anders. Eerst dacht ik ook dat dit wel ging overwaaien, dat ik mijn gemak nog wel zou vinden in mijn (on)gemak. Maar een half uur later was dit (on)tje haar haakjes helemaal kwijt. Ik blokkeerde en kreeg geen woord meer over mijn lippen. En dan hadden we nog twee uur te gaan, Dokter. Dat was pijnlijk.

– Had je dan niets meer te vertellen, Van Patienten? Of was het een kwestie van durf?

– Beide, Dokter. Alles waar ik eerder aan dacht bij dat werk van Ant Hampton leek nu totaal irrelevant. Eerst leek het alsof ik de enige was die het werk begreep. Daarna leek het alsof iedereen over een ander werk praatte.

– Hoezo? Kan je dat uitleggen, Van Patienten?

– Wel, Dokter, u bent eigenlijk de dokter hier. Maar ik zal het proberen. Ik denk dat het iets met ego’s te maken heeft. Iedereen zit daar met een eigen agenda. Net zoals wij: wij houden van dit werk omdat we er zoveel verwantschap in zien met de Handelaars: het kijken naar de ander, de aandacht voor de omgeving, het inleven in de ander,… De eerste opmerkingen rond de tafel, pardon: in het salon, leken dat ook te bevestigen. Maar zeer snel werden ze overschaduwd door gevoelens van verzet en ongeduld. Verzet tegen de opdracht van Ant Hampton om nu zelf de straat op te gaan en een vreemde aan te spreken. Ongeduld omdat het vooraf opgenomen deel van het werk zolang duurt: zo lang dat je daarna geen zin meer hebt om de eigenlijke opdracht nog uit te voeren. In beide gevallen, Dokter, denk ik dat het erom gaat geen afstand te kunnen nemen van het eigen ego. Veel in dit werk steunt op een vorm van overgave: je lot in handen leggen van een ander (de kunstenaar Ant Hampton, de acteurs op de soundtrack, je partner naast je, de passanten aan de andere kant van het raam van de Beursschouwburg,…). Daar voelde ik ook eerst een (on)gemak. Dat is deel van de slimme aanloop van het werk. Het gemak is er gekomen op dat cruciale moment waarop ik die hand voelde op mijn schouder. Dat werkt alleen als je je laat gaan als een stroom in een stroom. Dat is het moment waarop je afstand moet nemen van je ego: je moet het vloeibaar laten worden, laten stromen. Elk verzet is nutteloos daar. Elk verzet is een volharding – wat zeg ik? een verharding – van je ego. Dat is dodend voor dit werk.

– En het ongeduld? Kan je daarover iets zeggen, Van Patienten?

– Wel, Dokter, het is mijn bescheiden mening dat veel in dit werk met tijd heeft te maken. Je hebt tijd nodig om erin te komen en over (of in) je (on)gemak te raken. En ook als je denkt dat het werk is afgelopen moet je de tijd laten werken. Dit werk is eigenlijk nooit afgelopen. Mensen die beweren dat je een tijdskader (een time frame, want het gesprek verliep in het Engels: we zijn in Brussel, onder kunstenaars) nodig hebt voor het uitvoeren van de opdracht hebben niets van dit werk begrepen. En mensen die het opgenomen deel van het werk te lang vinden in verhouding tot de opdracht al evenmin. Je moet de tijd laten werken. De tijd van het werk moet de jouwe worden. Je moet letterlijk je tijd nemen.

– Kan je nog eens vertellen wat de opdracht precies inhoudt?

– Wel, de opdracht is de straat opgaan, een vreemde aanspreken en er een gesprek mee voeren. Wij, als aspirant-Handelaars, herkennen ons daarin. Dat is wat we altijd al willen doen: vragen aan de anderen wat ze doen, hoe ze het doen en waarom ze het doen. Dat is veel moeilijker dan het lijkt. We hebben het geprobeerd in de Beursschouwburg en in de buurt. Niet het aanspreken van anderen is moeilijk. Wel het uitdiepen van het gesprek dat erop volgt: dat blijft heel lang op het niveau van de small talk. Daar moet je doorheen. En daarvoor moet je afstand nemen van je ego om je in te leven in de ander. Dat heeft tijd nodig. Het probleem is dat nogal wat mensen rond de tafel, pardon: in het salon, in al hun ongeduld de opdracht banaliseren. Natuurlijk is het niet moeilijk om een vreemde aan te spreken. Daar is zelfs niet echt veel durf voor nodig. De moeilijkheid – en de durf – schuilt in de diepgang: om het gesprek persoonlijk te maken, om er iets van jezelf in te leggen en zo iets terug te krijgen van de ander. Dat is een heel delicate oefening en daar is veel tijd voor nodig.

– Wat je hier zegt, Van Patienten, klinkt zeer relevant. Waarom heb je dat daar niet in de groep gegooid?

– Omdat ik niet voorbij de ego’s raakte. Diep in mij groeide een verzet tegen het verzet en een ongeduld met het ongeduld.

– Waar zit het probleem dan, Van Patienten? In het ego van de ander? In het verzet en het ongeduld van de ander? Over wiens ego, wiens verzet en wiens ongeduld gaat het hier eigenlijk, Van Patienten?

– Wat nu, Dokter? Is het dan weer allemaal mijn fout?

– Dat zeg ik niet, Van Patienten. Maar wat je vertelt over het ego, het verzet en het ongeduld van de ander blijkt evengoed van toepassing op jouw ego, verzet en ongeduld. En daar is niets mis mee. Dat lijkt me net zeer gezond. het komt er nu op aan om ook aan jouw ego, verzet en ongeduld de tijd en de ruimte te geven die het verdient. Het is helemaal niet erg dat je gisteren niet hebt gesproken. Dit verhaal is nog niet afgelopen. Neem het op jouw ritme, geef het jouw tijd en je zal zien dat je toch nog je gemak zal vinden in je (on)gemak. Allez, onze tijd zit erop. Ga nu maar weer naar huis. De Dokter ziet u graag.

Wat is ’t nu weer

Van Patienten?

Wat is ’t nu weer! Ge zijt hier nog maar pas geweest en ge staat daar alweer. Wat is uw probleem eigenlijk?

Ge wilt uzelf zijn? En ge wilt dat ik u daarbij help? Welnu, mijn beste Van Patienten, ik zal u direct helpen. Ik zal eens goed naar u kijken met mijne kijker. En ik zal u zeggen wat ik zie: u zelf. En ik zal eens goed naar u luisteren met mijn stethoscoop. Wat hoor ik? Juist ja: u zelf.

Wat ge moet doen Van Patienten? Uzelf aanvaarden zoals ge zijt. Vandaag zijt ge een stagiair. Dat wil zeggen dat ge aan het leren zijt. Ge groeit nog elke dag. En met u, uw kennis. Ge kijkt hoe anderen Handelen. Ge vraagt wat ze doen en waarom. En dan probeert ge het zelf ook. Zo wordt ge altijd een beetje anders, ge gaat altijd wat meer lijken op die ander. En daar is niets mis mee, Van Patienten. Zolang ge het maar doet op uw eigen manier.

Weet ge waar het fout loopt Van Patienten? Als ge denkt dat ge anders moet worden. Dat ge een stage moet lopen. Dan gaat het niet meer, Van Patienten. Dan wringt het tegen. Dan gaat ge dingen doen tegen uw goesting. En dan hangt het uw voeten uit.

Wat heb ik u vorige keer gezegd? Geduld? Juist, ja. Dat staat helemaal bovenaan uw inventaris. Dat hebt ge goed onthouden. En waarover hebben we nog gesproken? De liefde, Van Patienten! Ge moet uzelf graag zien. Even graag als de anderen. En als ge u graag ziet, dan zult ge wel zien wie ge zijt. Ge hebt toch zelf gekozen voor deze stage? Niemand heeft u daar toch toe verplicht? Ge gaat het toch niet op al die mensen steken die u steunen in uw stage? Die van de Beursschouwburg en die van de VGC? Ge hebt er zelf om gevraagd. Ge hebt het zelf gewild. Ook die mensen moet ge graag zien, Van Patienten.

Mag ik eens goed lachen als ik lees dat ge u ongemakkelijk voelt, Van Patienten? Laat ons daar maar een ontje bijzetten als medicijn. Want ge bedoelt natuurlijk (on)gemakkelijk. Uw gemak is deel van uw ongemak. Uw stage, uw Odile, uw bij, uw Engels, uw pruik en uw Ant Hampton: het is allemaal deel van uw (on)gemak.

Allez. Doe maar gewoon voort met waar ge mee bezig zijt. Ge zijt goed bezig. En stopt nu maar met dat gezoek naar uzelf. Laat maar es af en toe uw kopke zakken. Dat doet deugd. Maar doet ondertussen ook eens uw oogskes open. Wat ziet ge dan? U zelf. Helemaal zoals ge zijt. Zijt ge dan niet blij, Van Patienten?

Het gaat u goed, Van Patienten. De Dokter ziet u graag.

Gegroet,

De Dokter

Van Patienten heeft een dipje (2)

Dag Dokter,

Van Patienten heeft een dipje. Soms wil ik gewoon mezelf zijn. Dan hangt die stage zo mijn voeten uit. Dat anders worden, ander worden, Odile zijn, Ant Hampton willen zijn. Ik word er helemaal ongemakkelijk van, Dokter. Ik doe nochtans mijn best. Ik spreek en schrijf Engels als het moet. Ik draag een pruik als het kan. Ik ben een bij als ze het me vragen. Ik ben man, vrouw, kind en volwassen. Ik heb zelfs een profiel op Facebook. En het werkt. De likes op Facebook en de bezoekers op de blog gaan in stijgende lijn. Maar soms, Dokter, ben ik een beetje bang van mezelf, van die andere persoon die ik aan het worden ben. Dan denk ik: wil ik dat wel? Ben ik dat nog?

Dokter, ik ben in de war. Soms wou ik dat ik een dokter was zoals u. Met een echt beroep, een echt kabinet, een echte job, met echte uren en echte patiënten. Dan zou ik niet zo lopen zoeken naar mezelf.

Kan u mij helpen, Dokter?

Dag Dokter.

U genegen,

Van Patienten

Your hand on my shoulder

My dear Odile, my other me,P1060653

Your hand on my shoulder made me slightly (un)easy. First it came as a shock: somebody touching me from behind. Even though I knew it was your hand – who else could it be? – it felt like an intrusion. But soon it became a feeling of comfort. The ease you get when you feel protected by someone who cares for you. Or is guided the word to use here? Because both of us were wearing headphones, listening to a voice that told us exactly what to do: step by step, hand by hand.

So there we were, standing and sitting in front of the large glass door of the Beursschouwburg, listening to that voice, looking at the world: performers, enjoying the performance. Step by step, hand by hand, we were becoming ‘Someone Else’. That is the name of the performance. Looking at the theatre of the street. Pointing at it. Reaching out for it. Trying to touch it, to grab it. We hardly got any further than our shoulders.

‘Someone Else’ is a performance by the artist named Ant Hampton. It is about borders. About being in- or outside. It is about the other. About becoming other, becoming different. It is about time. About how things change over time. About how things happen. And about how to let them happen.

We felt being looked at from the outside. There too: the same (un)ease as with your hand on my shoulder. We were exposed to the world but protected by a shield of glass and sound. We were performers, listening, watching, sitting, standing at a threshold. We were we and they were them. We were in and they were out. We were performer and they were audience. Or was it the other way around?

We adore this kind of vagueness. Don’t we, Odile? We love it to find ourselves, while becoming other. That is the core, the essence, the goal of our training. That is what we do as trainees: watching and waiting and moving where the wind blows. This performance is made for trainees like us.

Why can’t we also direct a performance like that? Wouldn’t that be an idea for our end presentation in June? All we have to do is make a script, find some actors to lend their voices for a soundtrack and look for an audience as performer. Why not? The problem is, of course, that we are still looking for our own instructions for our own training. We haven’t found the right manual yet. We are still in the process of writing our manual. While here it is ready and available in a nice little white book in a safe little black box with a tiny lock and a tiny key.

Dear Ant Hampton: how do we proceed? Can you learn us how to become real Handlers? To write our own manual? To work with our own hands, just like we did in your performance? Can you write a soundtrack for our lives? Show us the way to really step over the threshold, go to the other, open our mouths and talk to them? Because that is what we want to do. To become our own still life, our own performers. To find the stranger that is hidden inside ourselves. Please send us your advice at wijzijnhandelaars@hotmail.com.

For the record, Odile: we did make it to the outside. But always guided and protected by the voice, as a shield over our heads. We ended the performance on the stairs of the Beursschouwburg, a few steps away from the door where we’ve been sitting all that time. We looked at a couple that vaguely resembled ours at the other side of the street, in front of the Marriott Hotel. They were shaking hands, doing business, being Handlers while we were standing there and looking at them. We lowered our heads and looked at our feet. We watched the stairs under our feet. The very same stairs we used for the insert in the program booklet of the Beursschouwburg. We looked at the tags, left there by visitors, as inserts for the city. And then the voice asked us to turn our heads and look at the wall of the building. There we found a tag left by Ant Hampton: an insert for performers to come.

Would you like to be my Ant Hampton, Odile?P1060656

Goodbye Odile!

Kiss,

Odile