Het wordt een work/shop!

Dag Odile,Screen Shot 2015-05-25 at 10.33.41

Het wordt een work/shop! De shop/work eindigt met een work/shop. Ik heb het daarnet gelezen in de nieuwsbrief van garage64.

Perfect einde toch, voor onze Stage? En een mooi begin voor ons leven als Handelaars. Dat is wat we altijd al hebben gewild: workshops. Het was ons eerste idee voor deze stage. Maar het bleek nogal vroeg om daar meteen al mee te beginnen. We waren nog niet klaar om dat zelf te organiseren. En tegelijkertijd merkten we dat er al zoveel workshops waren: iedereen heeft wel een plek – een bureau, een café, een atelier, een winkel – om te doen wat je wil doen. Dus dachten we een jaar geleden: we bezoeken die bestaande plekken om te werken – die ateliers, werkwinkels: workshops – om er te kijken naar en te leren van de Handelingen die daar gebeuren. Zo bewoog onze stage van workshop naar workshop. En van het een komt het ander: nu hebben we eindelijk een échte workshop in onze eigen shop/work.

Want Fairuz en Maaike van garage64 zijn van ons: we hebben ze veel gezien tijdens onze stage. We maakten inserts samen. In verschillende formaten, op verschillende dragers en in verschillende oplagen. Maar wat al die inserts gemeen hebben is dat ze altijd opgaan in een omgeving. Grote posters verdwijnen in de architectuur, kleine kaartjes verdwijnen in een vestzak: de olifant in de kamer en de luis in de pels. We werken nu samen aan een boek om al die inserts van het afgelopen jaar te bewaren voor later: een jaarboek voor de toekomst.

Dat boek en die inserts is trouwens ook nog werk voor de shop/work. Kelly en Pieter van Schacht/Van Bogaert gaan daarmee werken, samen en apart. En er zijn nog vele andere gasten om te ontmoeten in de shop/work: Lieve en Aaf van het onthaal en An en Margareta en Yasmina van communicatie en Helena van programmatie, allemaal Handelaars van de Beursschouwburg. En Ann komt van Cabinet. En Fred van CutMe. En Kristien van Support de Fortune. En misschien nog meer volk. En er komt een Handelaarsfeestje voor iedereen om het einde van de Stage te vieren.

Zet het in uw agenda, Odile: 10 tot 20 juni, van donderdag tot zaterdag, tussen 12 en 20u: shop/work in de Beursschouwburg. Met een work/shop om te eindigen. Meer nieuws als er is.

Ik zal er ook zijn.

Dag Odile!

Kus,

 

Odile

Advertenties

Die Sonia toch!

Dag Odile,IMG_1915

Die Sonia toch! Wie begrijpt dat mens nog? Eerst komt ze bij Fred zagen of ze ook zo een pijl krijgt van zijn déviation/omlegging. Op zo een moment is iedereen verbaasd dat zij erbij wil horen. Zij, Sonia, de oerhandelaar die de Dansaertstraat en de wijk die er ondertussen naar heet op de kaart zette. En nu deelt ze zelf affiches uit tegen de komst van Cos naar de Dansaertstraat. Het luxueuze zusje van H&M, zo heet Cos in de krant. En toeval of niet, maar die rot-op-affiches hebben bijna net dezelfde kleur als die ik-hoor-er-ook-bij-pijlen van Fred. Kan je nog volgen?

Wie bepaalt hier eigenlijk wie erbij hoort en wie niet? Sonia? Als het aan haar ligt mag de Lidl aan het Goriksplein ook opkrassen. Dat past toch niet in het imago van de wijk waar zij al zo lang aan timmert! Ze vindt een medestander in de Brusselse Schepen voor Handelaars, Marion Lemesre. Die nachtwinkels op het eind van de Dansaertstraat? Geef die ook maar aan de arme Brusselse ontwerpers. Goede smaak heeft deze straat nodig. Wat zeg ik? Stijl! That is what this neighbourhood needs!

Leg dat maar eens uit aan die arme Belgische ontwerpers in de buurt die de deuren sluiten omdat ze de huur niet meer kunnen betalen. Franse modeketens betalen beter. Hoe komt dat? Omdat stijl is gaan bepalen wie erbij hoort en wie niet. Stijl is alles hier. En Cos? Dat heeft geen stijl. Je zou voor minder gaan sympathiseren met een Zweedse multinational.

Wat vinden wij trouwens van de stijl van die affiches, Odile?

Dag Odile!

Kus,

 

Odile

1947 Dumitru 2015

Dag Odile,P1060649

1947 Dumitru 2015.

Het pleintje tussen de Vismarkt en de Handelskaai heeft geen naam en al helemaal geen nummer. Het is zelfs geen pleintje, maar een streep gras waar vroeger de dokken van de Brusselse haven lagen. Weinig mensen kennen de namen van de kaaien langs het pleintje: de Timmerhoutkaai en de Schuitenkaai. Als je er bekenden ziet, dan steken ze het pleintje over. De mensen die er de banken, het speeltuintje of het gazon gebruiken ken je zelden. Naamloze mensen op een naamloos plein. Een stukje niemandsland in de stad.

Op dat pleintje, Odile, staat sinds jaar en dag een tentje. Ik heb het er altijd zien staan, maar nooit zag ik er iemand in of uitstappen. Een tentje zonder gezicht op een pleintje zonder naam.

Hier, Odile, gaan we even terugspoelen. Lang voor we aan onze stage begonnen, speelden we met het idee om een verbinding te maken tussen de Handelaars van de Dansaertstraat, langs die van de Lepagestraat, de Vlaamsesteenweg en de Varkensmarkt, naar de Handelaars in en rond het Klein Kasteeltje. Dat stukje Brussel heeft een heel bijzondere sociale mix. Dat tentje speelde een rol in ons verhaal. Het was de vaste waarde op dat pleintje met altijd andere spelende kinderen, keuvelende ouders, drinkende clochards en haastige passanten.

De inspiratie voor dat plan begint bij Sonia, de bazin van Stijl en oer-Handelaar van de Dansaertwijk, en de Déviation/Omlegging van Fred, onze favoriete kapper in de buurt. Fred wou de aandacht voor de Dansaertstraat omleggen naar de andere straten in de buurt. Sonia vroeg of ze ook kon aansluiten bij zijn déviation. Dat vonden we raar, want we dachten net dat zij de Dansaertwijk op de kaart heeft gezet. Maar uiteindelijk vonden we het ook normaal: wie wil er immers niet bijhoren? We dachten aan de Handelaars op dat pleintje, en verder op de hoek van de Ieperlaan en de Diksmuidelaan, wachtend op werk, en die in het Klein Kasteeltje, wachtend op papieren: die willen er ook bijhoren. Maar die hebben geen Fred die voor hen een omlegging organiseert.

Onbekend is onbemind. Het probleem is dat je geen omlegging kan organiseren als er geen naam is. Al die pijlen van Fred dragen namen van Handelaars in de buurt. En de meest recente Handelaar die erbij wil horen is trouwens – even verrassend als Sonia – ons aller Beursschouwburg. Die kent toch iedereen? En toch: alle pijlen met alle namen uit Fred’s déviation sieren daar nu samen de gevel en op de gevels van die Handelaars hangen nu pijlen naar de Beursschouwburg.

Om een lang verhaal kort te maken: op de plaats waar vroeger dat tentje stond, Odile, daar staat nu een houten kruis. En op dat kruis staat een naam: Dumitru. Er staat ook een datum bij: 1947-2015. Ik weet niet wie het daar heeft gezet. Ik weet ook niet hoe lang het er al staat. En ik weet ook niet wat er met Dumitru is gebeurd. Maar zijn naam op dat kruis werkt wel als een magneet op andere Handelaars die er ook bij willen horen. In een plastic mapje tussen de bloemen aan de voet van het kruis ligt een boekje, met daarop een Post-it met een boodschap, een telefoonnummer en … een naam: Tania nodigt je uit om haar te bellen voor meer details over het onderwerp. Is dat niet ironisch, Odile? Net nu Dumitru een naam heeft, wordt hij gereduceerd tot een onderwerp, un sujet.

De dokter sprak me laatst over de liefde, Odile. Ik weet niet of ze het daar met jou ook over had. Ze vertelde me dat ik mezelf graag moet zien, net zoals ik de anderen graag zie. Ik moest denken aan dat zinnetje dat ik lang geleden las en me sindsdien is blijven achtervolgen: je inleven in de ander is de hoogste vorm van verbeelding. Ik probeer dat af en toe. En ik denk dat het veel met liefde heeft te maken.

Dat kruis is het bewijs: iemand houdt van Dumitru.

Kunnen wij nog houden van Dumitru, Odile?

Dag Odile!

Kus,

Odile

P1060650 P1060651

Un artisan curieux est plus fort qu’un artiste de base

Dag Odile, IMG_1796

Un artisan curieux est plus fort qu’un artiste de base. Die woorden van Fred, onze favoriete kapper van CutMe, zag ik je tijdens de lunch noteren op je servetje. Waarom deed je dat, Odile? Omdat je het begrijpt? Of net niet?

Er is een hiërarchie. Maar tussen wat? Het artisanale en het artistieke? Of enkel tussen het nieuwsgierige artisanale en het basale artistieke?

Wat is dan een artisan curieux? Iemand die wil weten wat rond zich gebeurt? Zoals Fred? Nieuwsgierig genoeg om onze poster als insert op te hangen in zijn kapsalon? Of ben je als verhalen scorende roddeltante aan de toog bij Martine al nieuwsgierig genoeg? En wat is dan een artiste de base? Een kunstenaar die zijn vak doet, zonder meer? Eén die niet genoeg rondkijkt naar het werk van de collega’s? Of één die énkel naar dat werk kijkt? Zonder interesse voor wat elders gebeurt?

Ann, de meubelrestauratrice van Cabinet, zat ook aan onze tafel. Misschien lokte zij die uitspraak wel uit bij Fred. Zij heeft zo een bizar ‘artisans in residence’ programma. Op haar website promoot ze daar het werk van de ‘artistes et artisans du quartier’. Is zij die artisan curieux waar Fred naar verwijst? Samen zijn Ann en Fred overigens niet vies van een ludiek initiatief dat over de muurtjes kijkt. Zoals ‘de winterzakjes/les sachets d’hiver’. In 2013 was dat hun antwoord op ‘winterpret/plaisirs d’hiver’, de akelige kerstmarkt om de hoek van beider atelier. Ze vulden hun zakjes met afval: haarlokken van Fred, schaafkrullen van Ann. En elke keer zetten ze erbij waar die restjes vandaan komen: het hoofd van Arno, de regisseursstoel van Marc Didden. En dat verkocht.

Lees even mee wat Ann daarover schrijft op haar website: “een origineel kerstcadeau voor mensen zonder ideeën en ook zonder geld. Elk Winterzakje / Sachet d’Hiver in deze unieke kerstcollectie bevat een onvervalst specimen uit de werkplaatsen van deze artisans du quartier. Met het motto Happy New Hair verkoopt Cut Me haarlokken van bekende en minder bekende bezoekers. Hout Vasthouden! / Je Touche Du Bois! is de leuze die past bij de houtschaafkrullen van uitzonderlijke ontwerpers of eigenaars waarmee Cabinet u het nieuwe jaar in stuurt. Alle waren komen uit eigen atelier en zijn 100% biologisch (behalve de haren van Arno). Deze onbehandelde streekproducten veranderen van eigenaar voor de democratische prijs van 1 euro. Naast de eigen oogst brengt Cut Me een uitgelezen selectie houtkrullen van Cabinet en verzorgt Cabinet een eigenzinnig aanbod haar van Cut Me. Deze zakjes worden verkocht voor de prijs van 1,50 euro: een kleine meerkost voor transport en administratie en een grote stap vooruit in de lokale micro-economie.”

Zegt dat iets over creatief handelen, Odile? Tonen Ann en Fred zich als ‘artisans curieux’? Of kopiëren ze gewoon wat elke Handelaar doet? Zijn ze toch eerder ‘artistes de base’? Want wat blijkt twee jaar later? In 2015 zijn de winterzakjes een heuse biënnale geworden. Is het ironie? Of is het een gewiekste marketingtruc?

Jij gokt op het eerste, Odile? De ironie? Ik ga mee. Nieuwsgierig als ze zijn lenen deze ‘artisans du quartier’ praktijken van de artistieke buren. Bovendien weten ze zo ook in te spelen op de nieuwsgierigheid van de klanten. Kijk naar al de vragen die hun handelingen oproepen bij onwetende stagiairs als jij en ik.

Dus oké. Als Ann en Fred die ‘artisan curieux’ zijn, heb je dan ook een voorbeeld van een ‘artiste de base’? En wat met die hiërarchie? Wat maakt de ene ‘plus fort’ dan de andere? misschien heeft Fred zich wel vergist? En is er helemaal geen hiërarchie? Misschien had zijn zinnetje moeten zijn: ‘un artisan curieux égale un artiste de base’? Je kan maar spreken over wat je zelf kent. Dikwijls is dat ook wat je zelf bent. Deze artisanalen zijn eigenlijk artiesten.

Is er dan geen verschil, Odile?

Dag Odile!

Kus,

Odile

Soms weet je het ook niet meer

Last days of-staand A1Dag Odile,

Soms weet je het ook niet meer. Dan ga je een koffie drinken: een moment van rust, een insert, in je hectische leven als stagiair.

Die koffies zijn deel van je systeem. Zoals de inserts. Ze helpen de zaken open te gooien. Het verruimt je horizon, ook al beperkt je stage zich tot een heel klein stukje Brussel, in en rond de Beursschouwburg.

En dan kijk je wat naar de mensen rond je. Je wacht tot er iets gebeurt. Je rekent erop dat iemand ooit reageert op je inserts. Je hebt geduld.

En als je het echt niet meer weet, als je geduld dreigt op te raken, dan zoek je naar inserts van anderen. Zoals die graffiti op de trappen van de Beurs. Of dat bordje aan je fiets tijdens de staking. Of toen, op het terras van de Suisse, met die vreemde sticker aan de muur.

LAST DAYS OF stond op die sticker. Zonder meer. Je vraagt je af wat dat betekent. Of wat het kan betekenen. Want meer dan in de eigenlijke betekenis van de sticker, gaat je interesse naar de manier waarop die sticker werkt. Het wat, het hoe, het waarom van die sticker: dat is wat je interesseert.

Ik dacht aan een party, zoals bij Ten days of, het technofestival in Gent. Jij dacht aan een sekte, die wijst op de eindigheid van de dingen. Het kan een ecologische boodschap zijn. Of een politieke. Of een commerciële: laatste dagen

Je maakt een foto van de sticker en drukt hem af als een poster. Één poster laat je achter bij Ann, die meubels restaureert in Cabinet. Een andere bij Fred, de kapper van CutMe. Instructies geef je er niet bij. Dat is je filosofie: jij maakt de inserts en de ontvanger doet ermee wat ie wil.

Enkele dagen later zie je de poster in Cabinet hangen naast de deur. Ann kleeft er alle briefjes op die ze gebruikt wanneer ze even de deur uit moet: retour en 30’, je suis en face,… Die briefjes. Dat is wel handig, denk je. Zo is Ann. Vrouw van uitgestelde antwoorden.

Fred hangt de poster in zijn salon. Hij legt er een groene stift bij en vraagt zijn klanten om het beeld aan te vullen. Iemand zoekt naar de mogelijke betekenis van de zin. Een ander werkt verder op de graffiti. De ene doet het met woorden, de ander met beelden. Het resultaat is een kakofonie van mogelijke antwoorden. Een meerstemmigheid van mogelijke werelden. Een panoplie voor de laatste dagen: eindes die ook een begin kunnen zijn.

Wat leer je daarvan, Odile? Dat de dingen een eigen leven leiden? Dat je tevreden moet zijn met wat je krijgt? Dat je beter niet te veel verwacht? Of net wel? Dat jouw verwachtingen even veel waard zijn als die van een ander? Dat verbeelding geen grenzen kent? Dat je verhaal nog lang niet is afgelopen?

Wanneer gaan we nog eens een koffie drinken, Odile?

Dag Odile!

Kus,

Odile

IMG_0440P1060537IMG_0451

Deviation/omlegging

Dag Odile,deviation

Déviation/omlegging. Weet je nog, Odile? Dat was de naam van het netwerk van oranje pijlen waarmee Fred, de kapper van CutMe uit de Lepagestraat (ondertussen verhuisd naar Martine in de Vlaamsesteenweg), de shoppers uit de Dansaertstraat de weg wijst naar zaken in andere straten van de buurt.

En herinner je nog het verhaal dat erbij hoort? Over Sonia, de bazin van Stijl uit de Dansaertstraat? Zij hoort van de plannen en vraagt Fred of ze mag meedoen. Dat is verrassend natuurlijk, want Stijl is zowat de oerkledingzaak die meer dan twintig jaar geleden de basis legde voor de reputatie van de huidige Dansaertstraat (en -wijk, en -Vlaming, en nog zoveel meer). Je zou denken dat zij er altijd al bij hoort en zo een pijl helemaal niet nodig heeft. Maar wat blijkt? Ook Sonia wil zo een pijl. Toen vond je dat een beetje vreemd, maar uiteindelijk is het toch wel vanzelfsprekend: iedereen wil deel zijn van het stedelijk netwerk. Wat goed is voor het handelen, is goed voor de zaak en goed voor de stad. En Fred? Die zegt niet nee, natuurlijk. Fred is blij met een uitbreiding van zijn traject naar de Dansaertstraat, waar alles begint maar niet noodzakelijk eindigt.

Die pijlen van Fred dienden als inspiratie bij de start van onze stage. Met dat verhaal over Fred en Sonia ben je naar de Beurs gestapt. Langs daar kon je makkelijk uitleggen dat er nogal wat andere handelaars in de wijk leven en werken, die elke dag dromen van hun eigen déviation/omlegging. Maar veel van die handelaars hebben geen Fred om bij aan te kloppen. Het zijn die handelaars die je wil bereiken.

De beweging die Fred maakt van de exclusieve merkwinkels uit de Dansaertstraat naar de artisanale werkwinkels in de Vlaamsesteenweg is niet de enige ontbrekende schakel in dit buurtnetwerk. Je kan hetzelfde doen met de dagwinkels en de nachtwinkels aan de Varkensmarkt. Met de handelaars die onder dak zitten en de daklozen op de Schuitenkaai. Met de volwassen handelaars en de kinderen op het speelplein. Met de wit- en de zwartwerkers op de hoek van de Ieperlaan. Met de handelaars met papieren en de sans-papiers in het Klein Kasteeltje. Allemaal willen ze erbij horen en deel worden van het grootstedelijke sociale netwerk. En elke keer klinkt dat even verrassend (we zijn toch allemaal anders?) als vanzelfsprekend (willen we dan allemaal hetzelfde?).

Wat drijft al die mensen om te doen wat ze doen? Om te investeren, zich te verplaatsen, risico’s te nemen en omwegen te maken? En over welke investeringen, verplaatsingen, risico’s en omwegen gaat het dan precies? Hebben die handelingen iets gemeen met elkaar?

 

En, Odile? Heb je ze zien hangen? Die pijlen van Fred aan de deur van de Beursschouwburg? Denk je dan ook terug aan dat verhaal van Sonia? Vind jij het ook verrassend dat de Beurs net dezelfde reflex toont: ik wil erbij horen? De beurs hoort er toch altijd al bij? Al vijftig jaar lang. Dit is het oerkunstencentrum uit de Ortsstraat. Zij zitten daar al veel langer dan de oerkledingzaak van de Dansaertstraat. En ze zijn zeker zo bepalend voor de reputatie van de buurt. En toch willen ook zij erbij horen en etaleren ze met trots de namen van hun sociaal netwerk aan de voordeur van hun gebouw: de handelaars uit de buurt. In ruil doen de handelaars uit de buurt hetzelfde aan hun voordeuren met pijlen naar de Beursschouwburg.

omlegging

Wat zeg jij dan, Odile? Wij zijn Handelaars! En het doet er niet toe waar we zitten, hoe we er zitten, wat we er doen of waarom we het doen. Handelen doen we allemaal.

Dag Odile!

Kus,

Odile