(dis)quiet

Dag Odile,

(dis)quiet(dis)quiet1Dat kleef je tijdens je stage op de muur van je tijdelijke kantoor. Waarom doe je dat, Odile?

Vertaal het als (on)rust. Of (on)gemak. Die (on)tjes, Odile, dat wordt zo stilaan je handelsmerk: de (ont)kennende bevestiging. Alsof je rust altijd al deel is van je onrust; je gemak altijd al deel van je ongemak (en omgekeerd). Hoe kom je daarbij, Odile?

Heeft die (dis)quiet op de muur van je stagekantoor iets te maken met de lege muur waarop je die insert kleeft? Want je hebt eerst – alsof je een inventaris wou maken van handelingen in het gebouw – alle inserts van alle muren van alle kantoren gehaald. Die heb je – alsof je het gebouw binnenstebuiten wou keren – verzameld op één muur in de meest publieke plaats van: het café. Is het die witte muur die je (on)gemakkelijk maakt? Zoals de (on)rust van de schrijver voor het witte blad?

Misschien heeft je (on)gemak niet zozeer met die muur te maken, Odile, maar wel met de plek? Het is een zeer rustige plek. Of eigenlijk: het is een plek waar je rustig hoort te zijn. Het is een gedeeld kantoor, waarin jouw (on)rust ook die van de ander is.

Zet je daarom (dis)quiet, in het Engels? Zo kan iedereen het begrijpen. En zet je daarom ook de fonetische spelling erbij? Zo moet niemand het nog luidop lezen.

Misschien heeft je (on)rust ook iets te maken met je (on)persoonlijke houding als stagiair. Dat (on)persoonlijke is niet enkel deel van je (on)gemak, het zorgt ook voor (on)rust bij de anderen: de anderen waarmee je dat kantoor deelt, de anderen die je opzoekt in de andere kantoren, de (on)bekende anderen tot wie je je richt met die insert(s).

Concrete vaagheid. Zo noemde iemand dat onlangs. Maar dat, Odile, is alweer een ander verhaal.

Dag Odile!

Kus,

Odile

Advertenties