Commerçants, salesmen, dealers!

Dag Odile,P1060689

Commerçants, salesmen, dealers! De etiketten die we tegenwoordig niet allemaal opgeplakt krijgen. Het heeft geen naam. En nochtans heeft het wel een naam, een hele mooie naam, vinden we zelf. HANDELAARS is de naam. Wij zijn Handelaars. En om dat goed duidelijk te maken tijdens onze shop/work hebben we nu ook échte naamborden. Zie het daar staan, zwart op oranje: De Handelaars.

Met die borden is meteen ook het einde van de stage in zicht. Het einde van de stage is het begin van ons leven als Handelaars. En als Handelaars horen we er ook bij, net als Sonia, net als de Beursschouwburg of Ann of Fred die heel dat spel met die borden ooit is begonnen om de andere Handelaars er ook bij te doen horen.

Om maar te zeggen: we zijn er bijna. Nu nog de lijst van de ontmoetingen afronden. En dan kunnen we beginnen aan de inrichting van de shop/work. Nog vijf keer slapen en hij staat er. Nog zes keer en hij gaat open. Can’t wait.

Dag Odile!

Kus,

Odile

Advertenties

Leren wat je niet weet

Leren wat je niet weet. Waarom toch al die moeite? Hebt u daar nooit een boekje over gelezen, Dokter?

– Zeker, Van Patienten. Je bent niet de enige die zich daar het hoofd over breekt. De traditie zegt dat de klassieke manier van leren vertrekt van de wil en leidt naar de emancipatie: waar een wil is, is een weg. Een weg naar een ander, in het beste geval: beter, leven. Ik heb hier een boekje van een Franse filosoof, Jacques Rancière: De onwetende meester. Het gaat over een Franse professor, Joseph Jacotot, die les gaat geven in een Vlaamse school. De eerste taak waar hij zich voor ziet geplaatst, is het vinden van een gemeenschappelijke taal. De professor moet zich verstaanbaar maken bij zijn leerlingen. Daarom geeft hij ze twee exemplaren van dezelfde tekst. De ene in het Nederlands en de andere in het ranciereignorantFrans. Zo kunnen ze vergelijken en achterhalen welk woord te vertalen door welk ander woord. Jacotot maakt van zijn onwetendheid een deugd en
onderricht zonder enige vorm van kennis door te geven. Wat hij wel doorgeeft is het instrument om die kennis te verwerven. Hij toont als onwetende de weg om de kwaliteiten die je al bezit aan het werk te zetten.

– Grappig: de leerling weet hier meer dan de meester.

– Ja en nee. De leerling weet andere dingen dan de meester. Jacotot vertrekt van het principe van de intellectuele gelijkheid. Dat is totaal tegenovergesteld aan het traditionele onderwijs, dat vertrekt van de ongelijkheid tussen de leerling en de leraar. Die ongelijkheid eindeloos in stand houden leidt volgens Jacotot naar domheid en afstomping. Jacotot’s principe van de gelijkheid is een axioma dat voortdurend moet geverifieerd worden. Het is de basisvoorwaarde voor de intellectuele emancipatie.

– Maar van Bouvard et Pécuchet herinner ik me toch dat je niet zomaar alles kan leren uit de boeken? Het instrument alleen is niet voldoende. Er hoort ook een ervaring bij.

– Daarom was Jacotot zijn tijd ver vooruit. Het verhaal van De onwetende meester situeert zich aan het begin van de negentiende eeuw, rond 1830. Dat van Bouvard et Pécuchet komt pas aan het eind van de eeuw, in 1880. Tussen die twee verhalen ontstaat aan de andere kant van de oceaan nog een heel ander Bartleby_the_Scrivenerverhaal. Dat van Bartleby, de klerk van Herman Melville die er op een bepaald moment de voorkeur aan geeft niet meer te kopiëren.

– Nog een kopiist? Net als Bouvard et Pécuchet! Maar de methode van Jacotot is er toch geen van kopiëren? Het is er een van vergelijken.

– Dat klopt. Maar Bartleby is om een andere reden interessant. Melville publiceert zijn novelle in 1853 en de positieve weigering van zijn personage werkt nog lang door in veel filosofische boeken. Één van de recente boeken in die reeks is van een Amerikaanse filosoof, John Paul Ricco: The logic of the lure. Het gaat over een (on)persoonlijke vorm van leren. Het gaat over de weigering, of liever: de voorkeur (en niet de wil) om iets niet te doen.0226711013

– En wat heeft dat met Bartleby te maken, Dokter?

– Wel, de voorkeur om iets niet te doen zit vervat in dat ene emblematische zinnetje dat Bartleby altijd maar blijft herhalen: I prefer not to. Het duidt op een voorkeur om niet te spreken. Het is een in zichzelf geplooide vorm van spreken. Zo raakt Ricco voorbij het primaat van de wil en het doelgerichte leren van Rancière en Jacotot. Dat begint bij het loslaten, bij de overgave aan een andere realiteit, een andere pedagogie die voorbij gaat aan de tekst, waar de tekst niet meer is dan een parenthese, altijd tussen. Ricco wijst de weg naar een ongeoorloofde pedagogische praktijk met onbepaalde dingen als onderwerp. Een pedagogie die zich radicaal buiten de dingen zet. Voorbij de dialectiek van binnen en buiten: een interval, ondertussen, ernaast en toch erin.

– Ik weet niet of ik het allemaal goed begrijp. Maar ik heb wel eens iets gelezen IMG_1014over de techniek van de dichter, die om zijn thema heen draait zonder het te benoemen. De dichter kneedt de taal. Hij Handelt met taal. Hij zet de taal naar zijn hand. Zoiets?

– Zoiets, ja. John Paul Ricco schrijft op een dichterlijke manier. Meer dan theorie noemt hij het zelf een vorm van poëzie, van erotiek. Net als in de erotiek is het onwaarneembare het object van het verlangen. Daar zit de verlokking – the lure – uit de titel. The logic of the lure begint als een zelfportret, in een zeer (on)persoonlijke ruimte: een darkroom in New York. Een ruimte om je over te geven aan de onzichtbare ander – op de tast, als een blinde. Van daar gaat het verder naar de kunst – het zichtbare – om ergens uit te komen in de buurt van het academische: het lees- en leerbare. Leren heeft hier met ruimtes te maken, met situaties die lokken en aantrekken. Het heeft met tijd te maken: met wachten, je overgeven aan de dingen.

– Met geduld dus. Daar weten wij als Stagiairs ondertussen alles van.

– Precies. Dit boek gaat – net als jullie Stage overigens – voorbij aan de wil en het verlangen. Het laat de dingen gebeuren. Terugkerende handelingen zijn de positieve weigering of de negatieve affirmatie: de voorkeur (en niet de wil) om iets niet te doen. Jullie spel met de (on)tjes schuurt daar dicht tegenaan. Veel speelt zich af op de grens van het zichtbare en het onzichtbare: het onwaarneembare. Tussen het bewuste en het onbewuste, tussen slapen en waken, ligt de wereld van de erotiek, van het stotteren, de hapering, het vergeten leren.

– En hoe brengt u dat alweer in verband met de ruimte? Dat is ook belangrijk voor ons. Wij willen een boek maken dat werkt als een ruimte. Dat is ons project voor de shop/work.

– Ook hier moet je de verbeelding laten werken, Van Patienten. Bij Ricco gaat het immers dikwijls over niet-ruimte. Wat jullie (on)ruimte zouden noemen. Ricco heeft het over een vorm van radical exteriority: een buiten dat buiten het buiten valt. Een buiten dat elke binnen-buiten dialectiek ongedaan maakt. Een atopische, duizelingwekkende plaats.

– Pardon?

– De notie van binnen en buiten heeft met een relatie te maken. Je bent altijd binnen of buiten ten opzichte van iets anders. Het radicale buiten waar Ricco over schrijft is een relatie die er geen meer is: niet binnen, niet buiten, maar binnen-buiten. Hij heeft het over being with-out: niet being with (een relatie), ook niet being without (geen relatie), maar being with-out (een niet relationele relatie). Het is een buiten dat zich situeert buiten elk buiten, een buiten dat komt. Om je dat buiten als relatie voor te stellen kan je denken aan een boot: altijd onderweg, altijd tussenin. Of aan de spiegel: wat de ene plaats met de andere verbindt, de overgang tussen twee ruimtes. De spiegel is een scherm, een vorm van marginale architectuur. Of niet echt een vorm, maar meer een kracht: vluchtig, poëtisch, erotisch. Die spiegel maakt van elk van die ruimtes een zelfportret. Het creëert in elk van die ruimtes een plaats voor het zelf. Trouwens, nu ik eraan denk: jij maakte toch ook zo een spiegel als scherm tussen, of naast, of buiten twee ruimtes voor je laatste tentoonstelling?

– Die spiegel gaat al langer mee, Dokter. Maar u ziet dus in die spiegel een ruimte die er geen is? Een verbinding zonder ruimte? Misschien moet ik hem meenemen naar de shop/work

– Ik zou het eerder een ruimte in wording noemen. Of in (on)wording misschien, om nog maar eens uw taal te gebruiken. Ricco heeft het over een coming of architecture without becoming architecture: een unbecoming architecture. Het is een vorm van marginale architectuur, zoals het kamerscherm waar Bartleby zich op een bepaald moment achter gaat verstoppen. Een architectuur die je niet als zodanig herkent. Een vormloze, informele architectuur, een beetje nonchalant, zoals jouw spiegel: niet binnen, ook niet buiten, maar wel een overgang tussen binnen en buiten. Een ad hoc architectuur, bepaald door de omstandigheden en niet door de architect. Een architectuur die je overkomt, niet één die je maakt. Dat unbecoming van de architectuur maakt ze onwaarneembaar: je kijkt erover, erdoor. Maar het maakt het ook beweeglijk, vluchtig.

– Die ruimtes waar u naar verwijst lijken wel altijd zeer artificieel, Dokter.

– Het hangt ervan af hoe je het bekijkt. De cruising ground, ontmoetingsplaatsen voor mannen zoals in het Warandepark hier in Brussel, is voor Ricco zo een vorm van beweeglijke architectuur. Het is een zeer concrete en toch plaatsloze plaats waar het zelf ruimte wordt: je wordt deel van de ruimte en vergeet jezelf. Dat noemt Ricco een niet suïcidaal onworden (unbecoming) van het zelf: een naast jezelf zijn.

– Dus dat van die wil van daarnet kunnen we nu wel helemaal vergeten: leren is iets dat je overkomt.

– Voor Ricco wel, ja. Je wordt aangetrokken tot het oneindige buiten door whatever lures you: een erotische ervaring. Het is een vorm van wachten zonder verwachting: een onvervulbaar wachten. Het heeft iets te maken met ascese: een becoming through the refusal of baggage. De darkroom waar Ricco zijn boek mee begint, is een buiten, buiten het buiten: een gemeenschap van zij die niets gemeen hebben. Passanten zonder bagage.

– Dat wil ik wel geloven. Die mannen in de darkroom hebben zelfs geen kleren aan!

– Jaja, Van Patienten. Het is niet dat soort verbeelding die Ricco aan het werk wil zetten. Allez, of toch niet alleen. Het is veel poëtischer dan dat. Ricco geeft nog andere voorbeelden van een verdwenen, ascetische, esthetiek, zoals Blue, de laatste film van Derek Jarman. Jarman maakte de film toen hij nagenoeg blind was. Zijn film bestaat uit één lang aangehouden monochroom blauw beeld: niet zichtbaar, niet onzichtbaar, maar onwaarneembaar. Het is een film die liever niet (prefers not to) een film is. Een film die niets visualiseert, behalve een potentieel of een voorkeur om niet te visualiseren. Een niet positieve affirmatie. Een film die zich naar de dood toewerkt en op het punt staat zichzelf te verliezen.derek_jarman_blue_derek_jarman_curated_by_isaac_julien_2008_1

– Hoe waren we daar weer op gekomen, Dokter?

– Wel, het ging over leren. Dat bracht me bij John Paul Ricco. Hij ijvert voor een vorm van Queer Pedagogy: leren in een ruimte waar niemand op zijn plaats zou moeten zijn. Het gaat over microscopische vormen van leren en herleren, de oneindige onderhandelingen waarmee we de wereld ontleren. Daarom eindigt het boek van Ricco in de slaapkamer, als een test voor de limieten van de pedagogie.

– Hahaha, leren in de slaapkamer, Dokter: slapen maakt vrij. Weet u nog?

– Ja, maar dat is hier wel ernstige materie hoor, Van Patienten! Die slaapkamer van Ricco past bij zijn kritische blik op de instellingen. Hij zoekt een pedagogische praktijk die voorbij gaat aan de institutionele ruimtes, zonder ze daarom uit het oog te verliezen: de slaapkamer is voor hem even belangrijk als het auditorium. Hij zoekt een anonieme, onwaarneembare, beweeglijke praktijk. Het is zijn verzet tegen de norm: de recente academisering van Queer Pedagogy – meestal heet dat dan Queer Studies – is een manier van controle, die leidt naar disciplinering. Voor Ricco is Queer Pedagogy per definitie vrij, voor altijd tussen: ware inter-esse.

– Een beetje zoals wij werken in en rond – of mag ik zeggen: tussen? – de Beursschouwburg: een instelling waarin we ons met een kritische blik bewegen zoals in een stad. Nu u het zegt, Dokter: in de aanloop naar de shop/work mogen we het appartement van de Beursschouwburg gebruiken. Zo eindigt onze Stage ook in de slaapkamer: Queer Pedagogy!

– Jaja, Van Patienten. Je hebt het weer goed begrepen. Ga nu maar naar huis. De dokter ziet u graag.

Die stekjes

Dag Odile,IMG_1875

Die stekjes voor de shop/work, dat is zo een goed idee. Die naam, shop/work, overigens ook. Het zijn twee ideeën in de overgang: omkeringen die ook bevestigingen zijn. Begonia wordt stekje wordt begonia. Shop wordt work wordt shop. Het zijn beelden van momenten: onvatbaar, altijd anders. Het zijn de inserts waar we al een stage lang op zitten broeden.

Herinner je nog die tekst over de third mind in Rekto/Verso? Het nieuwe komt altijd voort uit interactie. Met goede ideeën is dat net zo. Ik stel voor dat we een reeks ontmoetingen plannen voor de shop/work. Ontmoetingen als interacties, als vruchtbare inserts, als momenten in de overgang.

Hoe gaat het trouwens met je stekjes, Odile? Krijgen ze al worteltjes?

Dag Odile!

Kus,

Odile

 

Potlood en papier

Dag Odile,IMG_1855

Potlood en papier is een geweldig medium. Ik was deze week op bezoek bij Support de Fortune, een project rond toevalsdragers in Recyclart. Daar vertelde iemand over de eerste les aan de tekenacademie. Ze geven je daar een potlood en papier en dan moet je zo snel mogelijk, in enkele seconden, iets tekenen. Dat trekt meestal nergens op. Dus pak je snel je gom en veeg je alles even snel weer uit. Met die Handelingen is je blad gelanceerd, de angst voor het witte blad overwonnen.

Nu dacht ik, Odile, dat boek van ons: kunnen we daar ook geen potlood en papier voor gebruiken? Lijkt me wel mooi om onze stage mee af te ronden en exclusief genoeg om ons als Handelaars te lanceren. Onze verzamelde handschriften en tekenkunsten maken het bovendien ook lekker (on)persoonlijk.

Wat denk je, Odile? Is dat een idee om mee te nemen of om uit te gommen?

Dag Odile!

Kus,

Odile

What a situation!

Greetings Odile!P1060670

What a situation! Picture us standing there on the roof of Parking 58, finding our way with a map of the park of Versailles in our hands. Picture this large surface of concrete through which we have to stretch a path. Headphones on our ears, booklet in our hands. While there is so much to see and hear up there, high in the sky. A bit complicated for common Handlers – pardon: Trainees – as you and me.

To get lost is fun. That we know. The Situationists knew that too. The Doctor told me about them. She explained me that in the fifties and sixties, they searched for more structured and less complicated ways to get lost in the city. To use a map of London in order to find your way through Paris, for example. The difference was that the Situationists had an eye for the city in which they got lost. To get lost was part of the discovery. The Doctor taught me all that. But there is not so much to discover on a parking lot when you only have eyes for the booklet in your hands and ears for the headphones on your head.

Very serious rules are then becoming a little game. A number. A track.

Brussels Tracks is the name of – take a deep breath – An experimental and performative audio guide for the city of Brussels. It is a project by David Helbich. In an interview he talks about his inspiration from the Situationists. Or from Star Trek. Holodeck, please, one of the tracks in his guide, is quite beautiful in all its simplicity. All you have to do is stand at the balustrade of the parking, think that you are on the Holodeck of Star Trek, and look out over the city of Brussels while listening to the sounds of the city of Nablus. You hear chants, the echo of the mountains, pure poetry.

These moments are rather rare in Brussels Tracks. You spend more time finding your way through instructions from the booklet, sounds from the headphones and the interface of the MP3-player. We spent quite some time at City2 because none of us knew how to change the volume. Sweeping to the left or to the right. Very simple, but you have to know.

Here is a list of things, Odile, to remember for our final presentation:

– keep things simple

– do not cut your work in tracks, but present them as much as possible as a whole

– limit instructions to clear and simple rules

– give rules before you start so you can forget them once you start working

– use media only when strictly needed

– search for user friendly tools

– think about your environment: keep it as large as possible

– focus you attention on your environment and not on the instructions

– make participants feel comfortable, protect them, don’t put them on display, but allow them to look with you

– leave room to explore without determining in advance what is important

Ah, where is Ant Hampton when you need him, Odile?

Goodbye Odile!

Kiss,

Odile

 

Slapen maakt vrij

Dag Odile,IMG_1816

Slapen maakt vrij, staat op de cover van een krantje bij de Dokter. Binnenin staat een stuk over dat pleintje dat we ooit gingen zoeken voor we onze stage begonnen. Een braakliggend stukje Brussel dat dringend moest gevuld worden. Vandaag staat er een speeltuintje. Maar volgens de recensent van het krantje hadden ze er beter niets mee gedaan: te veel mankracht, te weinig verbeeldingskracht. Hij heeft gelijk. De Verloren Hoek heet nu een Pocket Park. De naam is gestolen in New York. De speeltuin is geshopt in de supermarkt. En die zwarte plastic zeilen moeten de grijze lelijkheid (maar wat heet lelijk hier?) verbergen.

IMG_1817

Die mannen en vrouwen van de stad – arbeiders, politici, stadsplanners – waren beter in bed blijven liggen, denk je dan. Slapen maakt vrij. Niet enkel voor die mannen en vrouwen, maar ook voor hun medeburgers. Dit brute werk is tijdverlies, stadsverlies.

Het lijkt wel of de redactie met dat krantje een themanummer wou maken. Wat verder, voor het weerbericht en de televisieprogramma’s, staat het stuk waarnaar de titel op de cover verwijst. Het is een nogal persoonlijke lezing van 24/7, een zeer interessant boek van een Amerikaanse filosoof: Jonathan Crary. De Dokter – je weet, die leest graag een boek – heeft me daarover verteld. Het is een boek over de manier waarop het kapitalisme 24 uur op 24 onze levens gaat beheersen. Het enige moment waarop we daar nog aan ontsnappen, is tijdens onze slaap. En dan nog: je droomt ’s nachts over wat je meemaakt overdag. Bovendien werken hardcore kapitalisten nu aan een plan om slapeloze militairen te maken: altijd productief.

Het is een misverstand waar we tijdens onze stage dikwijls mee te maken hebben, Odile. Wie Handelaar zegt, denkt dikwijls kapitalisme. Elke keer opnieuw moeten jij en ik dan met veel geduld uitleggen dat het in onze stage over iets anders gaat. Het gaat niet over winst, maar wel over het Handelen op zich. Wat ons interesseert is niet zozeer het resultaat, maar wel de Handelingen van elke dag: het wat, het hoe en het waarom anderen doen wat ze doen. Dat heeft niet noodzakelijk met productiviteit te maken, en al zeker niet met geld: we produceren af en toe wel eens een insert, maar rijk gaan we daar nooit van worden.

Dit boek, vertelt de Dokter, zegt veel over de manier waarop het kapitalisme conditioneert: de druk om te produceren en onze tijd nuttig te gebruiken; het gevoel van schuld dat je overvalt als je dat niet doet. Dat is allemaal niet zo goed voor de gezondheid, zegt de Dokter. Het fijne aan de bespreking in dat krantje is dat het ook gaat over het plezier om niets te doen; om gewoon tijd te verliezen en de dingen te laten gebeuren.

IMG_1818

Is dat nu niet precies wat fout liep met dat pleintje? Het moest snel gaan. Want zo een pleintje dat daar zomaar ligt niets te doen, midden in de stad, dat is een schande! Dat begrijp je wel, Odile. Dat pleintje moet renderen! En het mooie is dat het nu niet enkel rendeert voor de volwassen Handelaars – de per uur betaalde arbeiders, per stem betaalde politici, per vierkante meter betaalde stadsplanners – maar ook voor de allerkleinste Handelaartjes: de met snoepjes in vrolijke kleurtjes betaalde kindertjes. Goed begonnen is half gewonnen (voor het kapitalisme).

Zeg nu zelf, Odile: momenten van domme productie als deze kunnen we toch missen als kiespijn, niet? Wat we eigenlijk nodig hebben is … niets. Het zijn net die lege momenten, die braakliggende lapjes grond die het mogelijk maken om te Handelen. Het leuke is dat Handelen zelf, niet de productie. Handelen: dromen, proberen, mislukken, herbeginnen, denken, discussiëren, leren,… Produceren: investeren, construeren, renderen, optimaliseren.

We hoeven helemaal geen 24 uur op 24 nuttig te zijn, Odile. Een beetje verveling, wat luiheid, een beetje leegte en wat tijdverlies, de controle verliezen: dat doet deugd.

Dat was trouwens een goed idee van je om het appartement van de Beursschouwburg te reserveren voor onze eindpresentatie. Daar kunnen we lekker nietsdoen, beetje rusten, niet bekeken worden. En slapen.

Want: slapen maakt vrij.

Slaap lekker, Odile!

Kus,

Odile

Wat is ’t nu weer

Van Patienten?

Wat is ’t nu weer! Ge zijt hier nog maar pas geweest en ge staat daar alweer. Wat is uw probleem eigenlijk?

Ge wilt uzelf zijn? En ge wilt dat ik u daarbij help? Welnu, mijn beste Van Patienten, ik zal u direct helpen. Ik zal eens goed naar u kijken met mijne kijker. En ik zal u zeggen wat ik zie: u zelf. En ik zal eens goed naar u luisteren met mijn stethoscoop. Wat hoor ik? Juist ja: u zelf.

Wat ge moet doen Van Patienten? Uzelf aanvaarden zoals ge zijt. Vandaag zijt ge een stagiair. Dat wil zeggen dat ge aan het leren zijt. Ge groeit nog elke dag. En met u, uw kennis. Ge kijkt hoe anderen Handelen. Ge vraagt wat ze doen en waarom. En dan probeert ge het zelf ook. Zo wordt ge altijd een beetje anders, ge gaat altijd wat meer lijken op die ander. En daar is niets mis mee, Van Patienten. Zolang ge het maar doet op uw eigen manier.

Weet ge waar het fout loopt Van Patienten? Als ge denkt dat ge anders moet worden. Dat ge een stage moet lopen. Dan gaat het niet meer, Van Patienten. Dan wringt het tegen. Dan gaat ge dingen doen tegen uw goesting. En dan hangt het uw voeten uit.

Wat heb ik u vorige keer gezegd? Geduld? Juist, ja. Dat staat helemaal bovenaan uw inventaris. Dat hebt ge goed onthouden. En waarover hebben we nog gesproken? De liefde, Van Patienten! Ge moet uzelf graag zien. Even graag als de anderen. En als ge u graag ziet, dan zult ge wel zien wie ge zijt. Ge hebt toch zelf gekozen voor deze stage? Niemand heeft u daar toch toe verplicht? Ge gaat het toch niet op al die mensen steken die u steunen in uw stage? Die van de Beursschouwburg en die van de VGC? Ge hebt er zelf om gevraagd. Ge hebt het zelf gewild. Ook die mensen moet ge graag zien, Van Patienten.

Mag ik eens goed lachen als ik lees dat ge u ongemakkelijk voelt, Van Patienten? Laat ons daar maar een ontje bijzetten als medicijn. Want ge bedoelt natuurlijk (on)gemakkelijk. Uw gemak is deel van uw ongemak. Uw stage, uw Odile, uw bij, uw Engels, uw pruik en uw Ant Hampton: het is allemaal deel van uw (on)gemak.

Allez. Doe maar gewoon voort met waar ge mee bezig zijt. Ge zijt goed bezig. En stopt nu maar met dat gezoek naar uzelf. Laat maar es af en toe uw kopke zakken. Dat doet deugd. Maar doet ondertussen ook eens uw oogskes open. Wat ziet ge dan? U zelf. Helemaal zoals ge zijt. Zijt ge dan niet blij, Van Patienten?

Het gaat u goed, Van Patienten. De Dokter ziet u graag.

Gegroet,

De Dokter