How to…

how_to_disappear

Advertenties

In Brussel Deze Week

Dag Odile,IMG_1991

In Brussel Deze Week staat een foto van David, onze nieuwe vriend op de trappen van de Beursschouwburg. Dat is nu al de vierde keer dat die van BDW bij de Handelaars inspiratie komen halen: over onze verloren hoek, over onze Dumitru en dan nog eens over ons Sonia. Hoe pakken we dat aan als kersvers gepromoveerde Handelaars? Stappen we naar de CEO om onze rechtmatige job op te eisen? Dat hij het nieuws haalt waar het zit! Of stappen we meteen naar de minister? Dat hij die subsidies geeft aan wie er iets mee doet!

Dag Odile!

Kus,

 

Odile

Dag Maaike en Fairuz

Dag Maaike en Fairuz,IMG_1197

Jullie work/shop is een waardige afsluiter van onze shop/work. Daar hebben we gedaan wat we altijd al hebben willen doen: de straat opgaan, gesprekken voeren, achterhalen wat doet handelen, jezelf leren kennen door de anderen. Starten op de trappen van de Beursschouwburg is logisch. Dat is jullie plek. Daar wachten jullie telkens we afspreken met de Handelaars. Daar laten jullie je insert_boekje02_def02inspireren door de tags – die cryptische boodschappen op de trappen. Daar beslissen jullie om er een foto van te maken en te gebruiken als insert voor het boekje van de Beursschouwburg.

Die trappen trekken jullie niet enkel aan door die onleesbare boodschappen, maar meer nog door al die mensen die er dag en nacht passeren en nog meer misschien door de mensen die erop zitten. Zoals David die hier al enkele dagen met een bekertje aan een lijntje vist naar het kleingeld van de voorbijgangers. Hij is de eerste deelnemer aan de work/shop. Hij is de eerste gesprekspartner terwijl we wachten op de anderen.P1060817

David leeft al twintig jaar op straat tot hij op een nacht droomt van dat potje aan dat lijntje. En het moet gezegd, sindsdien gaan de zaken veel beter. Af en toe verandert hij de attributen aan zijn lijn. Nu zit er een slang bovenaan en hangen er visjes boven het potje. Dat heeft hem alles samen twintig euro gekost. Maar die investering betaalt zichzelf terug.

Return on investment: het is één van de slogans die terugkeren in ons gesprek. Pardon: onze tertulia. De naam van deze bijeenkomst op de trappen van de Beursschouwburg verwijst naar de Spaanse koning die in de zestiende eeuw filosofen en wetenschappers rond zich verzamelt om ideeën uit te wisselen over de wereld. Het is een manier om het buiten (de wereld) naar binnen te halen (je wereld). Die keuze voor de trappen die de straat verbinden met de Beursschouwburg ligt dan voor de hand.

Optimism is the first form of resistance is de slogan die het gesprek op gang trekt. Het doet nadenken over verzet. Waar ontstaat het ? Bij een negatief gevoel? Wat geeft het vorm? Een positief gevoel? Het doet nadenken over optimisme: hoe optimistisch kan je zijn? Hoe optimistisch mag je zijn? Is er een grens? Wanneer slaat optimisme om in enthousiasme? Waar ligt de grens tussen optimisme, hoop en enthousiasme? Het doet nadenken over de slogan: hoe efficiënt of hoe gevaarlijk kan dat zijn?

Iemand heeft het over de notie van een buiten als voorwaarde voor verzet. De notie van een buiten, of de notie van een andere mogelijke wereld. Iemand pikt in en lanceert de term intosiasme: de drang om ergens bij te horen, een nieuwe vorm van socialisme, een zeer inclusieve vorm van socialisme. Nog iemand denkt aan service clubs die enthousiasme ombuigen in intosiasme door “iets te doen” voor de Derde Wereld. Opnieuw dat gevaar, die grens die een positief gevoel doet omslaan in iets anders: intosiasme als een bourgeois vorm van socialisme.

Zo gaan we naar binnen voor het tweede deel van de work/shop. Met onze hoofden als Wunderkammers vol ideeën: een doos vol inserts om orde in te schepen. Dat gaat in stappen. Eerst denken en dan doen. We zetten onze P1060842gedachten op papiertjes, dan op micaatjes, dan op overheadprojectoren, dan op de muur, op een groter blad waar we de projectie invullen met Chinese inkt. Zo ontstaan onze posters. Ze geven vorm aan onze ideeën. We enlarge our message. We hangen ze aan de muur, aan het raam. We wachten op een respons.

Dat klinkt heel herkenbaar voor Odillen als wij. Dit is wat we altijd al hebben willen doen. Dit is het gedroomde einde, de apotheose, van onze stage. We laten die posters hier nog even hangen. Wie weet wat ermee gebeurt. Het boek daarentegen, dat is zaterdag met jullie vertrokken. Dat is onze ultieme insert. Daarop is de respons nu al verzekerd. Het maakt van dit einde een nieuw begin.

Dag Maaike en Fairuz!

Kus,

Odile

Dag Kristien

Dag Kristien,P1060798

Van alle bezoekers aan de shop/work ben jij de enige die niet rechtstreeks aan onze stage verbonden is. Onrechtstreeks wel natuurlijk, anders zou je hier niet zitten. Of marginaal misschien, in jouw taal. Want het toeval bracht onze stage en jouw onderzoek bij elkaar. Een bezoek aan jouw support de fortune besmet onze shop/work. Het laat zijn sporen na in het Handelaarsboek. Het spel met katernen, met ingeschoven pagina’s, met potlood en papier: het komt allemaal van dat toevallige bezoek.

Ik denk dat je toen de term marginale literatuur gebruikte. En ook daarin herkennen we ons. De toevalsdragers – supports de fortune – waar boodschappen op ontstaan en worden doorgegeven. Die metrokaartjes, bierviltjes, briefomslagen die zich op een cruciaal moment onder je pen schuiven, die zich – als een insert – in je leven schuiven. Die nota’s in de marges van je boeken die je doen terugdenken aan vroegere – andere – lezingen, van jezelf of van een ander. Die toevallige momenten, die je moeilijk kan plannen, daar hebben wij een stage lang naar gezocht.

Onze oogst oogt minder indrukwekkend dan de jouwe. Minder georganiseerd. Misschien zijn we niet gefocust genoeg. Jouw aandacht richt zich heel duidelijk op de dragers – de supports – van de boodschappen. Wij laten ons vaagweg afleiden door de inhoud. Jij lijkt meer te zoeken naar de authentieke ervaring van de boodschap, in de manier waarop ze zich reproduceert. Wij zoeken meer naar de mogelijkheden, naar manieren om ermee te werken. Ik denk dat onze inserts er uniformer uitzien met minder respect voor de drager. Bij jou gaat het echt over de materialiteit van het schrijven: het Handelen van de schrijver.

Je installeren in een winkelruimte van Recyclart, zoals wij in de shop/work van de Beursschouwburg, is ook zo een Handeling. Je bibliotheek uitpakken en weer inpakken, is er een andere. Mensen uitnodigen en ideeën uitwisselen. We kunnen ons daar allemaal in herkennen. Net zoals in de referenties die je meebrengt. De positieve weigering van Bartleby: dat speelt in ons achterhoofd bij ons spel met de (on-)tjes en de negatieve affirmatie erin vervat. De ouvroir van Olipo, dat komt dicht in de buurt van onze shop/work als mogelijke werkplaats. De plaatsen – espèces d’espaces – van Perec – van de pagina tot de slaapkamer – werken ook door in onze stage. Bartleby (hij opnieuw – maar voor jou, te oordelen aan je uitgeveegde exemplaar van het boek, is dat al lang geen toeval meer) die stationary wil worden, we hebben er allemaal aan gedacht toen we ons aan deze schrijftafel kwamen installeren. Hoe de schrijfmachine van Nietzsche zijn ideeën – het Handelen van de filosoof – beïnvloedt: we willen het graag geloven. Hoe Derrida nadenkt over wat het betekent publiek te schrijven: zo diep hebben we nooit kunnen gaan. Het toe-eigenen van het werk van anderen bij Nick Thurston, het onzichtbaar worden van de auteur bij Blanchot, het anders leren lezen, de poëzie van de inhoudstafel, zelfs het bureau van Bouvard et Pécuchet: het zijn allemaal gevoeligheden die hun plaats vinden in deze shop/work.

En dan denk ik: hoe komt het toch dat jij en alle auteurs waarnaar je verwijst er zoveel beter in slagen om je werk te delen met een ander? En ik denk: het komt doordat je met auteurs werkt, met echte Handelaars van het woord. Maar dan valt mijn oog op die kaart die je van tussen je boeken haalt en waarop staat stijven en strijken. Een échte insert, van een échte auteur die er geen is. En ik denk: er is geen verschil. Elke auteur, elke drager, elke hand is een Ouvroir de Littérature Potentielle.

Trouwens, Kristien, heb je dan nog iets gedaan met het Handelaarsboek waarvoor we ons zo schaamteloos lieten inspireren door die toevallige ontmoeting(en) in Recyclart? Of voel je je zo al genoeg als een onzichtbaar geworden co-auteur? Geef anders maar een seintje als je er nog iets extra in wil schuiven. Daar staan wij altijd voor open.

Dag Kristien!

Kus,

Odile

Dag Ann en Fred van de Vlaamsesteenweg

Dag Ann en Fred van de Vlaamsesteenweg,IMG_0996

Jullie weten de suspens er wel in te houden. Tien dagen lang kijken we in onze shop/work naar twee borstels, een hoopje haar, een hoopje houtkrullen, een pijl naar Cabinet en een andere naar CutMe en twee T-shirts met daarop: artisan curieux. Het ruikt naar besmetting: we worden er zelf nieuwsgierig van.

Bij goede suspens hoort een goede verrassing. Ook dat begrijpen jullie maar al te goed. Tien dagen al wachten we op jullie in de shop/work en dan komen jullie uitgerekend op het moment dat we er zelf niet zijn. You taking over staat er op 1380570_10202117721841731_1322696556_neen van onze inserts. Dat is wat jullie doen: een overname. Jullie sluiten je eigen zaak in de Vlaamsesteenweg en installeren jullie in de onze aan de Karperbrug. Als inserts.

Het is een uitwisseling. Jullie doen ons werk: de shop/work openhouden, mensen ontvangen. Maar ondertussen doen jullie bovendien ook elkaars werk: Fred restaureert een meubel terwijl Ann haar knipt. Jullie zijn elkaars stagiair.IMG_1079

Jullie maken je eigen tafel. Een houten exemplaar tussen de kartonnen van de shop/work. Die van jullie is degelijk en eigenzinnig. Een verbeterde tafel, veranderd, naar je hand gezet. Jullie tonen jezelf als echte Handelaars die weten te handelen met handen. Handen uit de mouwen en handen op de tafel.IMG_1135

Handen zijn jullie Handelsmerk. Ze dienen om te zagen, te beitelen, te hameren, te poetsen, te wassen, te kammen, te knippen. Het ziet er eenvoudig uit, maar er zit een heel proces achter. Hier in de shop/work demonstreren jullie je handigheid: aan jullie nieuwsgierige zelf en aan de gefascineerde bezoekers en passanten.

En die T-shirts? Wat gaat daar nu mee gebeuren? We noemen ze ondertussen IMG_0999jullie in-shirts: als je ze aantrekt wordt je zelf insert. We hebben begrepen dat je ze pas gaat gebruiken als de shop/work voorbij is. Dat je dan elders verder zal werken als artisan curieux. Dit was jullie korte maar efficiënte stage. Dat het werkt is wel duidelijk: die blikken van de mensen in de straat, de verwondering bij de mensen in de shop, die tafel van Fred, dat kapsel van Ann zijn het bewijs.

Wat denkt de jury daarvan, Odile? Grootste onderscheiding?

Dag Ann en Fred van de Vlaamsesteenweg!

Kus,

 

Odile

Dag Helena

Dag Helena,P1060805

Wij begrijpen mekaar. Dat zie je aan de inserts die je meebracht naar de shop/work. Dat vinden wij een mooi gebaar. Dat zie je ook aan het gemak waarmee je plaats neemt in onze werktafel. Jouw mia casa e sua casajouw bureau is mijn bureau. Daar houden wij wel van en daar dient een stage voor, toch? Je kijkt wat rond, leert wat bij en doet hetzelfde, maar anders.

We hebben al langer het gevoel dat zo een stage in twee richtingen werkt. Het besmet. Op het moment dat wij leren leven met onze gerijpte impasses, ontwaren we bij jou iets als een prille impasse. Is dat niet wat je bedoelt met iets anders doen? met minder van het één en meer van het ander? Gelukkig krijg je in september een nieuwe stagiair om die impasse aan door te geven. Hopelijk is die net zo zelfstandig als wij. Niet dat je ons echt zal missen. Want voor jou lijkt het wel alsof we meer stagiair waren voor onthaal en communicatie. Ook al denken die van onthaal en communicatie waarschijnlijk net het omgekeerde. Je zal ons niet echt missen, maar je zal het wel jammer vinden dat we weg zijn.

Want ik zeg het: we hebben elkaar besmet. Dat het maanden duurt eer we publiek gaan, dat wat jij zo mooi ons onderzoek noemt pas op het laatste moment een presentatiemoment krijgt, dat de stage van de Handelaars hier is gebeurd, dat ze zo is gegaan, en dat de shop/work nu hier staat: het zet rek op wat in dit huis gebeurt. Het verbreedt het gamma van de Beursschouwburg. En wij willen graag begrijpen dat we daar ons steentje aan hebben bijgedragen.

Het was ons niet echt duidelijk of jij die collega van realisatie meebracht, of die er vanzelf is komen bijzitten. Maar ook daar denk ik dat je ons goed begrijpt. Het creëert een moment van vaagheid en je weet dat wij dat wel kunnen appreciëren. Net als je collega van realisatie. Ik denk dat we elkaar goed aanvoelen en meer nog: aanvullen. Als we het goed begrijpen dan is het de taak van realisatie om op voorhand te voorzien hoe bezoekers van de Beursschouwburg gaan handelen, terwijl wij eerder nadenken achteraf over hoe die bezoekers effectief handelen, over wat hen stuurt. Voorzien en nadenken: is dat geen mooi duo? Geen wonder dat die van realisatie ons nog wat langer in huis willen houden. We zouden het ook willen, alleen al om wat meer tijd bij hen door te brengen, op die zolder waar we veel te weinig zijn geweest.

Maar het is genoeg nu. Onze toekomst ligt weer min of meer vast. Net als de jouwe. We kunnen weer gaan doen wat we altijd al doen. Maar op een andere manier. Dat krijg je van op voorhand te plannen: het gevoel dat je altijd ook een beetje achter jezelf aanholt. Je moet er staan als je de zaken wil voorzien. Je houden aan je plan, maar ook wat vaagheid inbouwen: ruimte voor geluk en een beetje toeval. Dat toeval – dat er natuurlijk nooit echt een is – zal ervoor zorgen dat onze wegen zullen blijven kruisen. Ook na onze stage zullen we elkaar blijven ontmoeten. Als Handelaars onder elkaar.

Dat begrijp je wel.

Dag Helena!

Kus,

 

Odile

Dag Odile

Dag Odile,IMG_1070

Wat ben jij toch een rare creatuur. Je doet me soms denken aan dat werk van Pierre Huyghe: No Ghost Just a Shell, met dat manga figuurtje Annlee. Het is een figuurtje om in te vullen. Een tusseninfiguurtje. Een tijdelijke insert. Een schelp zonder inhoud. Dat ben jij, Odile.

Voor sommigen lijkt het een monster, zonder eigenschappen. Een fout van de natuur. Een digitaal gemodificeerd onbenoembaar schepsel. Maar het monster, Odile, dat ben ik: Schacht/Van Bogaert is de naam. Ik ben de enige echte onbepaalde creatuur. Ik ben de instelling, de structuur. Ik ben de geest die jij niet hebt. Schacht/Van Bogaert is duister, hard, louche. Niet licht, soft, braaf zoals jij. Schacht/Van Bogaert is een doos van Pandora. Geen open boek, zoals jij. Bij jou kan iedereen komen kijken, bladeren, invullen, aanvullen. De trukendoos van Schacht/Van Bogaert is ondoordringbaar, onhandelbaar. Daar gebeuren de meest onzichtbare, onwaarneembare handelingen. Schacht/Van Bogaert is ondergronds.

Ondergronds, Odile, omdat zelfs wij schrik hebben van onszelf. We herinneren ons nog de eerste keer dat we Schacht/Van Bogaert zagen staan, in die mail aan Tom en Helena van de Beursschouwburg. We schrokken van het monster dat we zelf hadden gecreëerd en drukten meteen op de verzendtoets, om er vanaf te zijn. Het is geen toeval dat Schacht/Van Bogaert sindsdien zolang onder de radar is gebleven. Het is ons verborgen ik. En het is dat monster, stiekem en onstopbaar, dat ons hier heeft binnengeleid: in de Beursschouwburg, in de shop/work.

Daar, Odile, zit het gevaar van het anders worden. Het haalt het duistere in jezelf naar boven. Die manipulatieve figuur, die onverbiddelijk Handelaar, alles wat we niet willen zijn: dat heeft ervoor gezorgd dat we nu staan waar we staan. Schacht/Van Bogaert, die harde realiteit, jij softe Odile, daar raak je nooit meer vanaf.

Schacht/Van Bogaert was onze eerste creatie, lang voor er sprake was van jou, Odile. Wat wil dat zeggen over de Handelaars? Dat het begint met het meest duistere in jezelf. Schacht/Van Bogaert is jouw geest geworden darkroom. Eigenlijk, Odile, wil je me niet meer zien. Zoals die onvatbare imaginaire praktijk waar je komaf mee wil maken. Die zal ook altijd in je duister blijven hangen. Daar zal je altijd naar blijven verlangen, ook al zeg je van niet. Je denkt ondertussen misschien dat je het kan vatten, maar je zal het nooit zien. Je zoekt een belevenis die je nooit kan beleven. Die belevenis, Odile, dat zijn wij.

Als jij Square bent, Odile, dan ben ik Queer. Als jij zzzzz bent, dan ben ik klaarwakker. Square en queer, soft en hard, juist en fout. Square is normaal, waar je over kijkt. Queer is fout, wat je niet wil zien. Square is het vervolg dat vanzelf komt: oneindig, ongewild met een altijd kleiner verlangen. Queer, dat gaat over de mogelijkheid van een vervolg, van een ander vervolg, van het vervolg dat je niet altijd wil zien, durft zien, kan zien. Ik ben je diepste verlangen, Odile, je droom en je nachtmerrie. Je gewoonte, je verslaving, je nieuwsgierigheid, je besmetting. Al die dingen waar je je tegen verzet. Whatever lures you.

Slaap lekker, Odile. Ik zal er altijd voor je zijn.

Dag Odile!

Schacht/Van Bogaert